This website requires Javascript for some parts to function propertly. Your experience may vary.

De wierde Maarhuizen | Op Maarhuizen

De wierde Maarhuizen

We kunnen het ons nu moeilijk voorstellen, maar ooit zette de Lauwerszee twee keer per dag het noordelijk deel van de provincie Groningen voor een groot deel onder water. Daardoor was het geen veilige plek om te wonen, maar gelukkig waren de bewoners inventief.

Ten noorden van de stad Groningen ligt een smalle zandrug, een uitloper van de Hondsrug. Op deze zandrug woonden ongeveer drieduizend jaar geleden mensen. De bewoners bouwden op de zandrug woonheuvels van enkele meters hoog. Daarop waren ze veiliger als het land overstroomde. Deze heuvels heten in Groningen 'wierden'. In Friesland heten ze 'terpen'. De eerste wierden waren 'huiswierden'. Ze groeiden later aaneen tot 'dorpswierden', ook wel 'buurtschappen' genoemd.

Valgen, vennen, meeden en kwelders

De valge was het hoogst gelegen deel van de wierde. De valge werd gebruikt als akkergrond. De vennen lagen iets lager op de wierde, en werden gebruikt als weidegrond. Het laagst lagen de meeden, in gebruik als hooiland. De meeden overstroomden nog regelmatig. Het omliggende kweldergebied was heel geschikt voor het weiden van vee. Pas vanaf het begin van onze jaartelling vestigden mensen zich het hele jaar rond op de wierden die op de kwelders werden opgeworpen.  

Als je op een wierde woonde, meters boven zeeniveau, was je nog niet veilig. Ook al werden er ongeveer duizend jaar geleden de eerste dijken gebouwd, bij een stormramp beukte de zee ongenadig het land binnen. Kwelders overstroomden, woningen werden verwoest en zelfs de wierden konden worden aangevreten. Tijdens stormvloeden verdronken door de jaren mensen en vee. Door het zoute water verziltte de grond waardoor er een aantal jaren minder opbrengst was.

Wierden in het Hogeland

Maarhuizen is een wierde die in het begin van onze jaartelling is ontstaan. De wierde was 4 meter hoog. Het was niet de enige wierde in deze omgeving. Ook in Winsum, Obergum, Ranum, Tinallinge, Baflo, Eenrum, Groot Maarslag, Warfhuizen en Leens liggen wierden.

Op Maarhuizen stond een aantal boerderijen, landarbeidershuisjes, een kerk en een schooltje. Het buurtschap op de wierde vervulde een centrumfunctie voor de boeren die zich in het gebied rondom de wierde hadden gevestigd. Zij konden daar – door de aanleg van dijken - redelijk veilig wonen. De boeren gingen in Maarhuizen naar de kerk en hun kinderen bezochten de school.

Afgravingen

Er moeten meer wierden geweest zijn, maar veel zijn verdwenen door afgravingen. Slimme handelaren verkochten de vruchtbare aarde aan grondeigenaren die – bijvoorbeeld in Drenthe – hun arme zandgronden ermee verrijkten. Ter vergelijking: een hectare wierde kon wel meer dan twee keer zoveel opbrengen dan een hectare landbouwgrond. 

Jan Jacobs Vonk verwierf in 1923 een deel van de wierde van Maarhuizen. Hij was terpexploitant. Hij deed het bedrijf over aan zijn zoon Jan Lodewijk Vonk. Hoe het met handel in wierdegrond ging, is goed na te lezen in advertenties in de regionale kranten.

Wat een heel lucratieve handel leek, viel toch tegen. De handelaren kregen de grond nauwelijks nog verkocht en moesten het bijna gratis weggeven. De oorzaak hiervoor was de economische recessie. Boeren hadden minder te besteden en investeerden minder in grondverbetering. Ondanks deze waardedaling startte Jan Lodewijk rond 1930 toch met afgraven. Dat deed hij tot ongeveer 1935, en in de tussentijd bood hij zijn gronden op Maarhuizen nog een paar keer -tevergeefs- te koop aan.

Een andere exploitant  van wierdegrond was Harmannus Smedema. Hij had het stuk grond voor zijn dochter gekocht, maar bleef zich bemoeien met de exploitatie. Smedema kocht een stuk grond dat naast de wierde lag, een stuk weidegrond. Waarschijnlijk had hij wat slootjes gegraven en wat grond over, die hij als wierdegrond probeerde te verkopen, maar daarmee bedroog hij mogelijke klanten. Op basis van archiefonderzoek denken we dat de relatie tussen Vonk en Smedema niet echt goed te noemen was. Zo adverteerde hij in 1929 met gratis grond, en bood hij in 1938 nogmaals 'puike wierdegrond' aan.

Archeologisch monument

Ook oud-bewoner van de Enne Jans Heerd Jacob de Vries had geen goede ervaringen met de 'elitaire' Smedema. Jacob fietste eens met zijn zoon Duurt helemaal naar de boerderij van de familie Smedema op Ruigezand, nabij Grijpskerk. Hij wilde informatie inwinnen over een knecht die wellicht bij hem kwam werken. Jacob en Duurt kwamen niet verder dan de voordeur.

Een kleiner perceel van de wierde werd verkocht aan Rintje Kadijk uit Thesinge. Alhoewel Rintje in verhouding een klein perceel had verworven, speelde hij misschien wel een sleutelrol in de grondtransacties van Vonk. Het perceel van Rintje grensde namelijk aan het diep, en de afgegraven grond werd per schip afgevoerd. Rintje bleef niet lang op Maarhuizen wonen. Toen Rintje over de hoogte van de huur begon te klagen, moest hij vertrekken. De toenmalige eigenaar oud-burgemeester Hendrik Barteld Brommersma was niet gediend van deze klachten.  

In 1943 verbood de overheid het afgraven van wierden. Men zag in dat een wierde een archeologisch monument is en van landschappelijke waarde. Gelukkig is de wierde Maarhuizen - inmiddels ook een archeologisch rijksmonument - voor een groot gedeelte bewaard gebleven.

Meer lezen? Bestel het boek de Enne Jans Heerd op Maarhuizen!

iets voor jou?